Waarom de keuzegids?
Te veel studenten hebben achteraf spijt van hun studiekeuze. Omdat ze te snel achter hun vrienden aanliepen. Of omdat ze de PR-praatjes van opleidingen te snel geloofden.

Maar vaak biedt de opleiding niet wat je verwacht had, of vallen de baankansen na afstuderen tegen. Dat kan je maar beter vooraf weten. De Keuzegids biedt het noodzakelijke tegengif: heldere vergelijkende informatie over opleidingen. Ook over de onderwijskwaliteit – die echt niet overal even hoog is!

De Keuzegids Online

De Keuzegids Online »



Bestel een gids

Bestel een gids »

Voltijdgids: hoe werkt de nieuwe ranking van de keuzegids?

Een rechtvaardige kwaliteitsvergelijking van verwante opleidingen. Dat is wat de Keuzegids al sinds jaren zegt te maken. Maar het kan altijd beter. In ons systeem lag de afgelopen jaren wel erg sterk de nadruk op studentenoordelen als basis voor kwaliteitsvergelijking. Dit jaar hebben wij daarom de basis van onze ranglijsten verbreed.


Ook het oordeel van experts, cijfers over het contact met docenten en slagingspercentages worden nu systematisch meegewogen in de ranglijsten van opleidingen. Samen tellen ze voor 50% mee. De andere 50% wordt gevormd door de studentenoordelen – die dus wel de belangrijkste, maar niet meer de enige bron van de ranking vormen.


Het resultaat vertoont overigens sterke parallellen met onze ranglijsten uit het verleden. Dat is ook wel verklaarbaar: opleidingen die in de objectieve cijfers hoog scoren (veel contacturen, kleine groepsgrootte, weinig afhakers), hebben vaak ook tevreden studenten. En omgekeerd. Maar de nieuwe rankingmethode biedt ruimte voor uitzonderingen. Zoals de opleiding die wel tevreden studenten heeft, maar tegelijk veel studievertraging kent. Die opleiding staat in de Keuzegids 2009 lager dan in voorgaande jaren.



Tien criteria, plussen en minnen

Net als voorgaande jaren staat bij de kwaliteitsbeoordeling de vergelijking van verwante opleidingen in de Keuzegids 2009 centraal. Dus: economie bij economie, pabo bij pabo en elektrotechniek bij elektrotechniek/ In artikelen per vakgebied worden de kwaliteit en prestaties van verwante opleidingen met elkaar vergeleken. De meting van die kwaliteit en prestaties is, dwars door de hele gids, op één vaste manier georganiseerd.


Daarbij heeft de researchafdeling van de Keuzegids tien beoordelingscriteria uitgewerkt. Op elk van die criteria kan een opleiding plussen of minnen scoren – meestal maximaal 2. De score wordt steeds bepaald door de vraag of de opleiding het op dit aspect beter of juist slechter doet dan het landelijke gemiddelde van het gehele HBO en/of WO. Bij harde statistieken en expertoordelen golden voor het hele hoger onderwijs dezelfde normen; bij de meer subjectieve studentenoordelen is een onderscheid gemaakt tussen HBO en WO. De tevredenheid over universitaire opleidingen werd dus afgemeten tegen de gemiddelde tevredenheid bij alle universitaire studies, en de tevredenheid bij HBO-studies werd afgemeten tegen het overall-gemiddelde voor het gehele HBO.


In de eerste tabel worden de criteria toegelicht. In de tweede tabel is te zien wat de ‘klassegrenzen’ waren voor het toekennen van plussen en minnen.

Voor meer details over de bronnen van de gegevens, zie het artikel "Details en toelichting bij onze bronnen"




Criterium

Definitie

Bron

Relevantie

Feiten

1. Contacturen Uren/wk contact met docenten, gemiddeld over alle studiejaren Raming studenten zelf, Nat Studenquête 06-08. Contact met docenten is een van de sleutels voor goed onderwijs. Hierop wordt soms te makkelijk bezuinigd.
2. Groepsgrootte Gemiddeld aantal studenten per groep in werkgroeponderwijs Raming studenten zelf, Nat Studenquête 06-08. In te grote groepen neemt het stimulerende effect van dit type onderwijs sterk af.
3. Survival 1e jr Percentage van de studenten dat na 1 jaar nog ingeschreven staat. Cijfers VSNU (’03+’04) en HBO-raad (’06+’07) Met adequate voorlichting/selectie, en daarna goede opvang en begeleiding, is uitval in het 1e jaar te voorkomen.
4. Geslaagd voor Ba na 1 extra jaar % van ‘overlevers’ uit 1e jaar dat 3 (wo) of 4 (hbo) jr later Ba heeft. Cijfers VSNU en HBO-raad, ’06 en ’07 gemiddeld. Studiesucces is niet voor niets een van de topissues van het huidige onderwijsbeleid.

Studentenoordelen

5. Programma Gemidd van oordelen over “inhoud” en “samenhang” program Nationale Studenten-Enquête 06-08 (NSE) De kwaliteit van het studieprogramma is een van de hoofddimensies van opleidingskwaliteit in de NSE
6. Docenten en didaktiek Gemidd. van oordelen over “docenten” en “werkvormen” Nationale Studenten-Enquête 06-08 (NSE) Kwaliteit van docenten en werkvormen is een van de hoofddimensies van opleidingskwaliteit in de NSE
7. Voorbereiding loopbaan Oordeel voorbereiding loopbaan, incl kennis-making met onderzoek Nationale Studenten-Enquête 06-08 (NSE) De vraag of studenten adequaat worden voorbereid op een loopbaan, is een van de hoofddimensies van opleidingskwaliteit in de NSE
8. Organisatie Gemidd. van oordelen over “communicatie” en “studeerbaarheid”. Nationale Studenten-Enquête 06-08 (NSE) Communicatie met de studenten en studeerbaarheid zijn samen een van de hoofddimensies van opleidingskwaliteit in de NSE
9. Faciliteiten en gebouwen Gemidd. van oordelen over “faciliteiten” en “gebouwen” Nationale Studenten-Enquête 06-08 (NSE) Adequate faciliteiten en huisvesting voor een opleiding behoren inmiddels tot de hoofddimensies van oplei-dingskwaliteit in de NSE
Expert-oordeel
10. expertoordeel Optelsom van 5 ‘facet-oordelen’ over het niveau van de opleiding (meer uitleg over normen) Visitatierapporten ivm accreditatie. Bron: SKI-database, aangevuld met eigen research Het niveau van de opleiding is het belangrijkste kwaliteitsaspect dat niet louter door studenten beoordeeld kan worden.
TOTAALSCORE Score van 1 tot 100, op basis v.h. gemiddelde van de oordelen 1-10* Voor berekening, zie “normen”. Alle 10 de bovenstaande criteria wegen elk voor 10% mee.

 

Zie verder:

Wat zijn de gebruikte normen?

Wat zijn de gegevensbronnen?