Keuzegids Hbo 2015 Online | www.keuzegids.org

Let op: deze Keuzegids is niet meer actueel. Bekijk de nieuwste versie

Hbo Verpleegkunde

Gaan voor de patiŽnt

Verpleegkundigen verlenen zorg aan een brede categorie van ‘zorgvragers’, van pasgeboren baby tot fragiele bejaarde in de stervensfase. Je doet alles aan en met de patiënt, van wassen tot katheteriseren en van de intake op de eerste hulp tot een gesprek met iemand die zojuist de diagnose kanker heeft gekregen. Bij verloskunde bereid je zwangere vrouwen voor op de bevalling, die je vervolgens in goede banen leidt.

Arbeidsmarkt

De zorg blijft niet de banenmotor die het was. Vooral in de ouderenzorg, de ggz en de thuiszorg verdwijnen banen. De meest recente cijfers laten nog een gunstig beeld zien, met lage werkloosheid - maar dat zal de komende jaren veranderen. Daar komt bij dat verpleegkundigen, veelal vrouw, vaak parttime werken en regelmatig onder hun niveau.

Verloskundigen werken van oudsher in een eigen praktijk, maar de laatste jaren steeds vaker in het ziekenhuis, naast de gynaecoloog. Hun arbeidsmarktpositie was altijd gunstig: ze werken in de regel op hbo-niveau, veelal fulltime en verdienen veel meer dan verpleegkundigen. Bedenk wel dat verloskundigen zich vaak moeten inkopen in een maatschap en dat hun beloning over de jaren hetzelfde blijft.

Locaties en toelating

Er is altijd wel een opleiding hbo-v in de buurt. Je kunt kiezen uit zeventien hogescholen verspreid over 22 locaties. Veel hbo-v’s hebben een duale variant, waarna je na een of twee jaar bij een zorginstelling in dienst komt en deeltijd naar school gaat. Windesheim heeft een variant met afstandsonderwijs. De opleidingen zijn echte instituten: ze verwelkomen honderden eerstejaars en de afgelopen jaren nam het aantal eerstejaars met 40 procent toe. Er zijn ook veel deeltijdopleidingen in deze sector, zie de tabellen achterin deze gids.

Elk profiel geeft toegang tot verpleegkunde, biologie in je pakket is aan te raden. Hbo-v is populair en het aantal stageplekken is beperkt. Daarom hebben veel hogescholen voor deze studie een numerus fixus. De uitzonderingen daarop zijn Windesheim, Hogeschool Rotterdam en NHL: daar kun je zonder loting of selectie inschrijven. De rest heeft dus wel een studentenstop en de meeste hogescholen kiezen voor een selectieprocedure om te bepalen wie wel en wie niet mag beginnen. Avans, de Hanze en Hogeschool Leiden hebben zowel een selectieprocedure als een loting.

Ook de drie opleidingen Medische hulpverlening kennen een selectie.

Verloskunde is een pittige opleiding, waarvoor je wiskunde, biologie en scheikunde in je pakket moet hebben. Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar, waarvoor alle vier de opleidingen selecteren.

De opleiding verpleegkunde

Het begin van de opleiding is breed. Naast medische vakken als geneeskunde en anatomie krijg je les in communicatie, psychologie en de organisatie van zorg. Tijdens praktijklessen leer je prikken, katheteriseren en zuurstof toedienen. Een groot deel van je opleiding loop je stage in een ziekenhuis of andere zorginstelling. In het derde jaar van je studie kies je voor een werkveld: algemene (ziekenhuis)zorg (AZG), geestelijke gezondheidszorg (GGZ) of maatschappelijke zorg (MGZ). Een nieuw uitstroomprofiel is gerontologie en geriatrie (VGG), vooralsnog alleen te volgen in Deventer en Leeuwarden. Bij veel opleidingen kun je vooruitlopend op een latere specialisatie alvast een accent leggen op bijvoorbeeld huisartsenzorg of de kraam.

Verschillende hogescholen bieden harde werkers de mogelijkheid een extra traject te volgen gericht op acute zorg. In Heerlen bijvoorbeeld volg je via de verkorte technische leerroute ook de opleiding tot operatieassistent of anesthesiemedewerker. Een soortgelijke technische stroom vind je bij Fontys Eindhoven, HvA, Amsterdam InHolland en Groningen. In Leiden kun je kiezen voor een extra zwaar eerste jaar gecombineerd met SPH. Je kiest na het eerste jaar of gaat voor een dubbeldiploma.

Veel verpleegkundigen leren na het diploma verder. Met de hbo-masters advanced nursing practice en physician assistant mag de verpleegkundige artsentaken overnemen. Zie ook de Keuzegids Masters.

De opleiding verloskunde

Als aankomend verloskundige krijg je veel medische basiskennis, maar ook wiskunde en scheikunde en je leert handelingen als een inwendig onderzoek. Bijna de helft van de opleiding bestaat uit stages, de meeste in een verloskundigenpraktijk, maar je ziet ook het ziekenhuis van binnen. In de laatste fase leg je een eigen accent met een minor en het afstudeeronderzoek, maar het grootste deel van de verloskundigenopleiding ligt vast. Verloskundige kun je ook worden aan de hbo-v in Vlissingen, die samen met Antwerpen een dubbeltraject van vijf jaar aanbiedt voor verpleegkunde en verloskunde.

Medische hulpverlening

Medische hulpverlening is een jonge opleiding, die je in vier jaar versneld opleidt voor medewerker ambulance of spoedeisende hulp. Normaal doe je eerst de gewone hbo-v plus twee jaar specialisatie. Omdat de wettelijke (BIG)registratie lange tijd niet geregeld was, boden de ambulancediensten in 2014 te weinig stageplekken aan. Deze startproblemen zie je terug in de studentenoordelen over loopbaanvoorbereiding, vooral in Nijmegen zijn die niet mals. Utrechtse studenten zijn zich daarentegen van geen startproblemen bewust, ze zijn er zowel over het programma als over organisatorische zaken bijzonder tevreden. De beroepsvaardigheden leren de studenten hier beter dan in Rotterdam en Nijmegen. Rotterdam doet het overigens in het algemeen helemaal niet slecht en beter dan vorig jaar. In de zomer van 2014 werd bekend dat er toch een tijdelijke registratie van dit beroep komt. Daarmee zullen hopelijk ook de stageproblemen opgelost zijn.

Management in de zorg

Voor degenen die al als verpleegkundigen werken en hogerop willen, is er de opleiding management in de zorg. Alleen in Amersfoort kun je hem in voltijd volgen, je vindt daar volgens studenten een goede opleiding. Op het programma is wat kritiek, maar de faciliteiten zijn juist dik in orde.

kwaliteit

Bekijk volledige afbeelding

Viaa Zwolle (voorheen de Gereformeerde Hogeschool), die de afgelopen jaren eenzaam aan de top stond, moet z’n koppositie voor het eerst delen. Die eer komt toe aan Tilburg, die het vorig jaar ook al goed deed, maar het aantal afvallers in het eerste jaar niet binnen de perken wist te houden. Dat probleem is blijkbaar aangepakt. Fontys-partner Eindhoven, met hetzelfde programma, maar gegeven door andere docenten en vele malen groter, krijgt iets minder waardering, maar doet het nog altijd goed.

De grote middenmoot scoort over de hele linie redelijk, met een paar opvallende plussen en minnen. Het uit z’n voegen krakende Utrecht bijvoorbeeld scoort slecht voor faciliteiten, net als voor studiebegeleiding en betrokkenheid van docenten, maar heeft z’n communicatie en organisatie wel goed op orde. De faciliteiten zijn in het jonge Almere zijn tiptop. In Heerlen waarderen de studenten de wetenschappelijke (kritische) houding die daar een belangrijke rol in het programma speelt. De studenten missen er wel contactmomenten, maar daarover bestaat op meer plekken onvrede.

Experts die de opleidingen periodiek beoordelen (accrediteren) en studenten zijn het redelijk met elkaar eens. De drie opleidingen (Windesheim Zwolle, Leeuwarden en Rotterdam) die een serieuze waarschuwing kregen van de experts, staan ook bij de studenten onderaan. In de hele Keuzegids-geschiedenis werd een opleiding zelden zo negatief beoordeeld als Leeuwarden. Saillant detail: laat Leeuwarden de enige opleiding zijn die vorig jaar geen studentenstop kende.

Windesheim in Zwolle en Hogeschool Rotterdam kunnen op iets meer genade rekenen. Bij Windesheim is er onvrede over het aantal lesuren en veel uitval in het eerste jaar. In Rotterdam moet het onderwijs het ontgelden. De werkvormen spreken niet tot de verbeelding, de docenten worden laag aangeslagen en zijn ook nog eens slecht bereikbaar. Ook Rotterdam ziet in het eerste jaar trouwens veel studenten vertrekken. Bij de twee InHolland-locaties moeten de studenten het doen met ondermaatse lesruimtes en werkplekken. Leerlingen horen wijzigingen niet of te laat en zelfs de loopbaanvoorbereiding schiet tekort. Opvallend, want op dat punt zijn er bij de overige hbo-v’s geen wanklanken. De deskundigen, die zelden bijzonder scheutig zijn met complimenten, geven juist InHolland een dikke pluim.

Van de vier opleidingen verloskunde is Maastricht een absolute topper, die onderzoeksvaardigheden combineert met een stevige portie praktijk. Het is baas boven baas, want wie verloskunde gaat studeren, krijgt overal kwaliteit. De studenten van de andere opleidingen hebben al net zo weinig om over te klagen. En er is nog meer goed nieuws: of het nou aan de ambitieuze studenten ligt, aan de strenge ingangseisen of aan het onderwijs; afvallers en switchers zijn er bij verloskunde nauwelijks. Klein minpuntje dan: net als vorig zijn de Groningse studenten ontevreden over de studiefaciliteiten, zoals bibliotheek en ict-voorzieningen.

Verwante studies

Ons advies

De opleidingen verpleegkunde in Zwolle en Tilburg krijgen de beste scores. Er zijn genoeg andere instellingen met goed onderwijs, maar let op, ook een paar waar het onderwijs rammelt. Bij verloskunde zijn alle opleidingen gedegen en Maastricht zelfs uitmuntend.
Keuzegids Hbo 2015 Online | www.keuzegids.org