Keuzegids Hbo 2016 | www.keuzegids.org

Let op: deze Keuzegids is niet meer actueel. Bekijk de nieuwste versie

Deeltijd en duaal

Studie met of zonder subsidie?

Tussen alle voltijdstudenten vallen ze niet zo op, maar toch beginnen jaarlijks een paar duizend studenten aan een deeltijd- of duale studie in het hbo. Ze hebben vaak al werkervaring of gaan studeren naast een baan. De overheid lijkt dit onderwijs steeds meer aan de markt over te laten, maar het blijft voor veel studenten toch mogelijk zo’n opleiding met staatssteun te volgen. Tegelijk kunnen de particuliere opleiders hier niet onvermeld blijven.

Avondlessen

Op het eerste gezicht is er voor deeltijdonderwijs weinig nodig – zeker voor hogescholen die al voltijdonderwijs geven. Je dikt je studieprogramma in, zet ’s avonds wat lesruimtes open, laat geschikte docenten extra uren draaien en klaar is Kees. De overheid betaalt mee en je kunt leveren tegen een laag collegegeld.

Toch is dit onderwijsmodel gaan knellen. De studentenaantallen werden kleiner, want half Nederland was al hoog opgeleid. Er werden vaker mensen met incomplete vooropleiding toegelaten. Dat vroeg om maatwerk, maar daar waren opleidingen vaak niet op ingesteld. Tegelijk wilden bedrijven soms groepen medewerkers bijgeschoold hebben, maar ook dat vroeg om een flexibiliteit die niet direct voorradig was.

Voor de reguliere hogescholen werd het deeltijdonderwijs duurder, maar leverde het minder op. En toen besloot de overheid ook nog eens om ‘tweede studies’ niet meer te financieren, zodat het collegegeld voor veel deeltijdstudenten sterk verhoogd werd. Gevolg: nog minder studenten.

Geen wonder dat hogescholen veel deeltijdopleidingen hebben stopgezet. Alleen bij de opleidingen voor leraren en gezondheidswerkers – waar de overheid het collegegeld laag houdt - zie je nog flinke studentenaantallen. Het economische en sociale deeltijdonderwijs is flink gekrompen.

Deeltijd in alle tabellen

In de vakartikelen van deze gids staat bij elke opleiding aangegeven of deze (ook) in deeltijd of duaal (werkend leren) wordt aangeboden. Bij de kwaliteitsbeoordeling wordt de voltijdvariant als ‘hoofdvorm’ behandeld. Hebben we dus statistieken en oordelen over de voltijdversie, dan worden deze getoond.

Bij opleidingen die louter in deeltijd en/of duaal worden aangeboden, nemen we de ruimte om de kwaliteit van die opleidingsvorm te tonen. Op deze manier zijn alle oordelen steeds gebaseerd op de grootste groep studenten bij een opleiding en dat garandeert de hoogste betrouwbaarheid en actualiteit.

Er is geen sprake meer van een apart katern met deeltijd- of duale opleidingen. De nieuwe wijze van presenteren is overzichtelijker. Voor beschrijvende details over de opleiding wordt de lezer verwezen naar de websites van de instellingen zelf.

Commercieel, maar doorzichtig?

Tegelijk is er een opmars geweest van commerciële cursussen “op hbo-niveau” en later ook van bacheloropleidingen. De overheid stond toe dat ze officieel erkend werden en zo kwamen er nieuwe soorten deeltijdopleiders in de markt.

Een eerste type zijn kleine instituten, gericht op één of enkele vakgebieden. Ze kennen hun markt goed, presenteren zich als echte specialisten en durven een flink collegegeld te vragen. Het idee is: dan heb je ook wat.

De tweede soort opleiders is van vele markten thuis en leidt op voor zowel leraar als accountant of HR-manager. Vaak bieden ze landelijk onderwijs aan en prijzen ze zich aan met marketingcampagnes op TV, Internet of abri’s. We hebben het over partijen als LOI, NTI en NCOI. Het collegegeld bij de eerste twee is weinig hoger dan bij een reguliere hogeschool. Bij NCOI is het meer, tot soms wel zevenduizend euro per jaar.

Door de commerciële hogescholen is het aanbod aan deeltijdonderwijs op peil gebleven - in elk geval op papier. Maar er is wel één puntje: als het om openbare verantwoording gaat, liggen bij deze grote aanbieders lichtjaren achter.

Zo maken LOI, NCOI en NTI geen studentenaantallen bekend - en zeker geen cijfers over studiesucces. Bij geruchte hoor je wel eens dat maar tien procent (!) van alle studenten bij LOI een bachelordiploma hoort, maar controleren kan je dat niet. Ook hebben LOI en NCOI hun studenten nog nooit laten meedoen aan de Nationale Studentenenquête.

Tegoedbonnen

Onder de indruk van de opkomst van commerciële aanbieders wil de overheid gaan experimenteren met een nieuw soort subsidie voor deeltijdstudies. Het geld gaat dan niet meer direct naar de hogescholen, maar wordt aan studenten meegegeven via speciale vouchers of tegoedbonnen. Zij kunnen die bonnen dan naar eigen keus besteden bij reguliere of commerciële hogescholen, of een combinatie daarvan.

Zo wordt voor de student een deeltijdopleiding betaalbaar, los van de vraag waar die opleiding gevolgd wordt. En beide groepen instellingen kunnen zo eerlijker met elkaar concurreren. Om de concurrentie echt eerlijk te maken, is het natuurlijk wel nodig dat de commerciële instellingen meer aan openheid gaan doen.

Kwaliteitszegel

Aan de beste hogescholen voor deeltijd- en afstandsonderwijs wordt een speciaal kwaliteitszegel toegekend. Er zijn ook zegels voor de 2e en 3e plaats. Voor meer informatie, zie het Keuzegids Kwaliteitszegel

Kwaliteit

Gelukkig heeft een aantal kleine commerciële instellingen al stappen gezet. Bij de voltijdopleidingen geldt dat bijvoorbeeld voor The New School (marketing), IvA (autobranche), TIO (hotel en toerisme) en TMO (modemanagement). Deze instellingen hoeven zich nergens voor te schamen.

Ook in het deeltijdonderwijs zijn er scholen die zich in de kaart laten kijken: nog niet als het om studiesucces gaat, maar wel door deelname aan de Nationale Studentenenquête. Die instellingen zie je in de ranglijst van deeltijdspecialisten. We hebben de kwaliteit van hun opleidingen vergeleken met die van álle hbo-opleidingen in het eigen vakgebied. En dat levert een mooi plaatje op.

Topkwaliteit is er bij NOVI, een kleine specialist in ICT en bedrijfskunde, en bij de Groningse pedagogenopleider SPO. Al even hoog scoort de christelijke Driestar in Gouda, de enige reguliere hogeschool die – afgezien van de pabo – gespecialiseerd is in deeltijdonderwijs. En sterk is ook Hogeschool Dirksen.

Accountants-opleider Markus Verbeek en de betaalbare afstandsopleider NTI krijgen een meer gemiddelde waardering. Interessant is dat beide instituten onlangs zijn overgenomen door NCOI. We zijn benieuwd of ze komend jaar weer meedoen aan de studentenenquêtes. Wel klinkt de lijn van NCOI al door in de toon van de marketing: “Beste Hbo-opleidingen van Nederland”. Dat oordeel is niet van de landelijke keuringsinstantie NVAO en evenmin van de Keuzegids.



Keuzegids Hbo 2016 | www.keuzegids.org