Keuzegids Masters 2015 Online | www.keuzegids.org

Let op: deze Keuzegids is niet meer actueel. Bekijk de nieuwste versie

Wo Medische Masters

Bij de medici is verhuizen tussen bachelor en master nog niet zo gangbaar. Verschillen zijn er wel, ook in kwaliteit. Maar de opleidingen houden hun studenten het liefst in eigen huis.

Bekijk volledige afbeelding

   |    Kwaliteitszegel    |    Legenda
De mastervergelijker

Arbeidsmarkt

Terwijl tandheelkunde nog steeds bij de studies hoort met de beste prognoses, is het voor net afgestudeerde artsen een stuk lastiger om werk te vinden. Dat wil zeggen: werkloos thuis zit bijna niemand, maar de opleidingsplek van eerste keus of zelfs maar een opleidingsplek bemachtigen, lukt niet iedereen. Om de kansen daarop te vergroten, gaat een grote groep eerst werken als arts-niet-in-opleiding (anio), bijvoorbeeld op de spoedeisende hulp (SEH). Anderen gaan een PhD-onderzoek doen.

De kansen verschillen nogal per specialisme. Kinderarts, huisarts en internist zijn populair en dus lastig, terwijl toekomstige verpleeghuisartsen nog makkelijk een plek kunnen vinden. Zelfs voor afgestudeerde specialisten is werk vinden niet altijd meer vanzelfsprekend. Vijf procent van hen zoekt zijn heil in het buitenland, om toch de benodigde werkervaring op te doen.

De opleidingen

Bij geneeskunde hoef je als bachelor zelden te wachten tot je aan de master kunt beginnen; je mag bijna overal op elk moment instromen. Toch lopen studenten vertraging op, omdat ze soms wel een jaar moeten wachten op het begin van de co-schappen.

De geneeskundemasters hebben min of meer dezelfde opbouw. De eerste twee jaar worden co-schappen afgewisseld met inleidende vakken. Het laatste jaar besteed je grotendeels aan je semi-artsstage en een onderzoek. Bij sommige opleidingen heb je wat meer te kiezen, Maastricht en de UvA bijvoorbeeld hebben keuzeblokken, bij veel opleidingen mag je een of twee coschappen zelf kiezen of kun je een paar maanden vastplakken aan je onderzoek (VU).

Maar deze accentverschillen zijn niet bedoeld om studenten te verleiden over te stappen. Integendeel: de masters zijn uitsluitend toegankelijk voor de eigen geneeskundebachelors, alleen bij hoge uitzondering mag je switchen. Als het aan de studenten ligt, verandert dat. Uit de jaarlijkse enquête van het KNMG-studentenplatform blijkt dat 240 van de 1150 bachelorstudenten overweegt om de master aan een andere universiteit te volgen.

Voor wie ooit is uitgeloot of alsnog naar geneeskunde wil overstappen, bestaan in Groningen, Nijmegen en Amsterdam pre-masters, een soort verkorte bachelors. De twee opleidingen tot arts-onderzoeker in Utrecht (SUMMA) en Maastricht mikken eveneens op biomedische en verwante bachelors: hier word je opgeleid tot zowel arts als onderzoeker. Net als in Rotterdam overigens, maar die opleiding staat slechts open voor een select clubje knappe koppen.

Andersom kan natuurlijk ook. Wie spijt heeft van zijn keus heeft voor het artsenberoep kan na de bachelor nog een andere kant op. Geneeskundestudenten met interesse in techniek kunnen bij technical medicine in Enschede terecht, daar worden zij dan geen arts. Een gelijksoortige track is te volgen in Utrecht bij SUMMA, dat daarvoor samenwerkt met Eindhoven. Ook veel biomedisch getinte masters staan open voor geneeskundestudenten.

De drie tandheelkundemasters zijn verschillend van opzet. Het Amsterdamse ACTA biedt een brede tandartsenopleiding aan, waarbij wetenschappelijke vorming een speerpunt is. In Nijmegen kies je uit drie profielen. Kenmerkend voor Groningen is de aandacht voor de praktijk en het werken in een team, dat in de hele opleiding terugkomt. Die verschillen verleiden studenten tandheelkunde overigens niet tot overstappen: ook zij zijn honkvast.

Diergeneeskunde wordt alleen in Utrecht aangeboden. Je kiest er uit drie verschillende tracks. De aansluitende masters voor bachelors Dierwetenschappen uit Wageningen zijn terug te vinden in het artikel Landbouw in hoofdstuk H.

Kwaliteit

De kwaliteitsverschillen tussen de geneeskundemasters zijn bescheiden, maar wel iets groter dan vorig jaar. Bij de meeste opleidingen stelt de wetenschappelijke vorming volgens de studenten weinig voor. Alleen Rotterdam slaagt erin artsen-in-spe klaar te stomen voor de praktijk en tegelijkertijd onderzoeksvaardigheden bij te brengen. Dit bezorgt de Rotterdamse master een nipte voorsprong.

De praktijkgerichtheid is bij de medische masters wel in orde, maar dat mag geen verrassing zijn bij deze universitaire beroepsopleidingen. Leiden is de enige universiteit die bij dit thema wat lager scoort. Hier vinden de studenten het studieprogramma ook minder uitdagend en stimulerend.

De masters geneeskunde zijn grootschalig en de studenten zijn de meeste tijd weg van de opleiding als ze hun co-schappen lopen. Dat maakt goede communicatie van levensbelang. In Maastricht en bij de twee Amsterdamse opleidingen zijn de studenten daarover minder tevreden. Ook de docenten krijgen hier net minder waardering. Dit maakt dat deze drie masters in totaal toch wat achterblijven in ons kwaliteitsoordeel.

Een probleem met de masters geneeskunde is dat het leren veel op de werkplek gebeurt, buiten het zicht van de opleidingen. De experts hebben herhaaldelijk aangedrongen op het integreren van de ‘kliniek’ met basisvakken. De afgelopen jaren hebben Groningen, Rotterdam, Nijmegen, de VU en de UvA hun programma gestroomlijnd door onderwijsweken voor en na de co-assistentschappen te plannen. Studenten moeten zo goed voorbereid aan de co-schappen beginnen. Maar blijkbaar is dat niet dé sleutel tot onderwijskwaliteit, want voor de studenten zijn inhoud en docenten nergens reden tot groot enthousiasme.

Voor aansprekend en goed onderwijs moet je bij de opleidingen tot arts-onderzoeker zijn, of in Twente bij technical medicine, dat met kop en schouders boven de masters in dit hoofdstuk uitsteekt. Daar klopt het gewoon allemaal: van de faciliteiten tot de communicatie.

Bij diergeneeskunde en tandheelkunde zijn de studenten nergens erg lovend. Vooral de VU en de UVA, die samenwerken in ACTA, kunnen weinig goed doen. Over de inhoud van het programma, de docenten en de communicatie met de opleiding zijn de studenten daar ronduit kritisch. Nijmegen en Groningen doen het wel wat beter. Je wordt er in ieder geval goed voorbereid op de praktijk. Volgens de studenten is het programma in Nijmegen het best en heeft Groningen als enige goede faciliteiten.

Verwante masters

Ons advies

Bij de masters geneeskunde zien we geen ijzersterke uitschieters. Wel krijgen Maastricht en de twee Amsterdamse opleidingen wat meer kritiek. De communicatie verloopt er stroever. Positiever kunnen we zijn over de masters voor klinisch onderzoek en over technical medicine in Twente. Bij tandheelkunde valt vooral de lage waardering voor ACTA in Amsterdam op. Net als voorheen lijken Nijmegen en Groningen meer aan te raden.

Keuzegids Masters 2015 Online | www.keuzegids.org