Keuzegids Masters 2015 Online | www.keuzegids.org

Let op: deze Keuzegids is niet meer actueel. Bekijk de nieuwste versie

Hbo/wo Sport en Bewegen

Nederland moet meer bewegen en de masters in dit vakgebied kunnen daar een steentje aan bijdragen. Dat kan als beleidsmaker, onderzoeker of als ontwerper van bewegingsprogramma’s. De doelgroep is breed: van chronisch zieken of ouderen tot breedte- en topsporters. En vergeet de jeugd niet, die te weinig dreigt te bewegen.

Bekijk volledige afbeelding

   |    Kwaliteitszegel    |    Legenda
De mastervergelijker

Arbeidsmarkt

Ziekenhuizen, keuringsbureaus, scholen en sportorganisaties: er zijn veel werkgevers waar je terecht kan komen. Het belang van sport en ‘gezond bewegen’ is nu eenmaal groot. Toch vinden lang niet alle masters in dit vakgebied passend werk. Veel universitaire masters in sport en bewegen vinden werk als beleidsmedewerker of sportcoach. Dat is flinke concurrentie voor hbo-bachelors die op vergelijkbare banen azen. Deze groep kampt dan ook met flinke werkloosheid. Met de keus voor een master kan je ook als hbo’er je kans op interessant werk vergroten. Je moet daarna sowieso de competitie met vakgenoten aangaan, maar een sporter schrikt daar niet voor terug.

WO-masters

Drie universiteiten bieden masters in de human movenement sciences (HMS). Ze heten bijna hetzelfde, maar er zijn zeker verschillen. Maastricht en de VU bieden brede eenjarige masters, waarbinnen je het accent kan leggen op sport, gezond bewegen of revalidatie. Bij de VU is er daarnaast ook een tweejarige researchmaster, met dezelfde aandachtsgebieden.

Groningen pakt het anders aan, met twee verschillende masters die beide de diepte in gaan en ook twee jaar duren. Sport sciences zoomt in op het prestatievermogen van (top-)sporters, de andere master gaat over revalidatie en gezond ouder worden.

Voor toelating tot deze opleidingen is niet per se een bachelor in de bewegingswetenschappen nodig. Andere gezondheids- en biomedische wetenschappers, maar ook psychologen zijn na een schakelprogramma van maximaal een half jaar vaak welkom. Ook met enkele bachelordiploma’s uit het hbo (zoals fysio- en ergotherapie) maak je kans op toelating. Reken dan wel op een schakelprogramma van een jaar.

HBO-masters

Ook het hbo zelf biedt twee sportmasters, vooral voor professionals die al relevant werk hebben. Ze worden in deeltijd verzorgd en kosten zes- tot achtduizend euro per jaar. Fontys biedt de Master of Sports. Hier specialiseer je je in onderwijs of gezondheid. Je leert er hoe je mensen kan stimuleren tot bewegingsgedrag en welke middelen daarbij echt werken – er wordt evidence based gewerkt.

In Arnhem, op Papendal, kan je de master sport- en beweeginnovatie volgen. Hier leer je kritisch kijken naar bewegingsprogramma’s. Denk aan de transfer van ideeën uit de ene sport naar de andere of het opzetten van nieuwe revalidatieprogramma’s.

Kwaliteit

Bij de universitaire masters in dit vakgebied zitten geen toppers, maar wel enkele opleidingen van behoorlijke kwaliteit. In Groningen en Amsterdam is het sterkste punt volgens de studenten de training in wetenschappelijk onderzoek, maar de praktijkgerichtheid komt er minder uit de verf. In Maastricht ligt het andersom: vrij praktisch, maar de studenten willen juist meer aandacht voor onderzoeksmethoden. Maastricht scoort op meer onderdelen lager. De studenten hebben geen hoge waardering voor het programma en zijn kritisch over de kwaliteit van de toetsing. Die zou matig aansluiten op de stof en weinig transparant zijn. Ook missen ze goede feedback en schiet de informatie over de studievoortgang tekort.

HMS in Groningen krijgt de meeste lof voor de programma-inhoud en scoort ook gunstig bij de faciliteiten en het contact met studenten. Dat leidt tot lichte voorsprong op de andere Groningse master, sport science. De VU scoort wat lager op praktische zaken als faciliteiten en communicatie. Los daarvan krijgt de researchmaster een redelijke waardering. Deze is net wat intensiever dan de 1-jarige variant en geeft ook meer zicht op de praktijk. Toch zou je bij zo’n master meer verwachten. Dat vond ook de NVAO bij de keuring eind 2014: “De opleiding kampt met een te weinig selectieve instroom”. De VU heeft beloofd de ambitie op te voeren.

Vergeleken met dit alles scoren de hbo-masters beter. Fontys spant opnieuw de kroon. De opleiding blijft de claim ‘evidence based’ waarmaken; de studenten waarderen alle aandacht voor onderzoek. De experts onderschrijven het hoge niveau. De HAN moet het doen zonder gunstig deskundigenoordeel, maar ook hier zijn studenten tevreden – over de aandacht voor onderzoek, de praktijkgerichtheid én de studiefaciliteiten.

Verwante masters

Ons advies

Aan het universitaire front zien we geen excellente opleidingen, maar maken de twee Groningse masters en de researchmaster van de VU wel een degelijke indruk. Welke master je precies kiest, moet je zeker ook van de specialisaties laten afhangen. In het hbo springt Fontys er nog steeds opvallend goed uit. Deze master vinden we een echte topopleiding.

Keuzegids Masters 2015 Online | www.keuzegids.org