Keuzegids Universiteiten 2016 | www.keuzegids.org

Let op: deze Keuzegids is niet meer actueel. Bekijk de nieuwste versie

Geneeskunde

Lijvige Studie

In dit artikel worden de volgende studies besproken:

  • Geneeskunde
  • Klinische technologie

Vroeger had je vooral mazzel nodig om ingeloot te worden, tegenwoordig wordt er geselecteerd moet je op eigen kracht door de selectie komen. Behalve een goed stel hersens, zul je ook over ausdauer moeten beschikken. Na een lange studiedag thuis weer in de boeken duiken, dat lukt niet iedereen. Gelukkig komt de praktijk al snel in beeld.

Arbeidsmarkt

Na het masterdiploma studeren veel verder voor specialist (bijvoorbeeld KNO-arts, cardioloog of neuroloog). En wie in totaal acht tot tien jaar studie de droombaan krijgt, kan rekenen op een mooi salaris. Maar vergis je niet: de werkloosheid onder jonge ziekenhuisspecialisten is de laatste jaren toegenomen. Daarom wordt het aantal opleidingsplaatsen nu teruggeschroefd. In de zorg voor ouderen en verstandelijk gehandicapten zijn er nog wel veel vacatures. Ook aan psychiaters is nog zeker behoefte.

Locaties en toelating

Geneeskunde kun je aan acht universiteiten studeren. De opleidingen hebben een maximumaantal plekken (numerus fixus). Dat ligt overal tussen de 300 en 450 studenten. De loting is afgeschaft: alle opleidingen selecteren hun studenten zelf op basis van cijferlijsten, motivatie en kennis.

Een vrij jonge opleiding is klinische technologie. Ook deze opleidingen tot arts-ingenieur selecteren hun studenten: in Twente zijn er 130 plekken en in Delft 100. Voor geneeskunde en klinische technologie gelden dezelfde profieleisen: N&G met natuurkunde of N&T met biologie.

De opleiding

Je begint de studie bijna overal met je neus in de boeken. Onderwerpen als celbiologie, anatomie en immunologie worden per blok behandeld. Naast hoorcolleges studeer je veel zelfstandig of werk je in groepjes aan een patiëntencasus.

Na het eerste jaar werk je steeds meer toe naar de praktijk. Je leert een anamnese (ziektegeschiedenis) afnemen en oefent lichamelijk onderzoek. Tijdens de colleges komen echte patiënten langs om hun verhaal te vertellen. Je gaat op zorgstage en loopt een paar dagen mee op een ziekenhuisafdeling of in een huisartsenpraktijk. In Utrecht loop je in je derde jaar al je eerste co-schappen.

Qua vakken lijken de programma’s veel op elkaar, omdat de kennis en vaardigheden van een basisarts vastliggen. Maar de onderwijsvormen verschillen wel. Maastricht werkt volledig met probleemgestuurd onderwijs (PGO). Je hoeft daar niet vaak stil te zitten bij een hoorcollege, want je maakt je de stof vooral eigen door er zelf – en in je tutorgroep - mee aan de slag te gaan.

Veel andere opleidingen wisselen massale hoorcolleges af met practica, maar er zijn er nog enkele die ‘actief leren’ in kleinere groepen willen stimuleren. Zo deelt Groningen de grote groep studenten sinds kort op in vier communities die de lesstof elk moeten linken aan een thema, zoals duurzame zorg of molecular medicine. Nijmegen is in 2015 begonnen met een nieuwe opzet waarin studenten samen met een coach hun eigen opleidingsplan maken.

Honoursprogramma’s voor ambitieuze geneeskundestudenten bestaan in Groningen, Nijmegen, Maastricht, Rotterdam, aan de VU en de UvA. Aan de UvA kan je ook nog een dubbele bachelor volgen met biomedische wetenschappen.

De kwaliteit van de opleidingen

klik om de volledige tabel te bekijken
Ranglijst
Feiten Prestaties Oordelen Score
Geneeskunde
Voertaal
Bindend studieadvies
Numerus fixus?
Instroom
Survival 1e jr
Genoeg contacturen?
Inhoud
Docenten
Vaardigheden
Wetenschappelijke vorming
Studielast
Informatie
Faciliteiten
Expertoordeel
TOTAALSCORE
OORDEEL
Geneeskunde
Rotterdam EUR nl 60 ja 417 ++ + o + + + o + o o 74 +
Leiden UL nl 45 ja 326 ++ ++ o o + o o o o o 70 +
Utrecht UU nl 44 ja 307 ++ + + o + - - o + + o 70 +
Nijmegen RU nl 42 ja 368 ++ o o o o - + o + o 66 +
Amsterdam VU nl 42 ja 346 ++ + o o + - o - o o 64 o

Bij kleine studentenaantallen zijn de gegevens van meerdere jaargangen gebundeld. Succescijfers zijn van zeer kleine of jonge opleidingen niet te berekenen (nb). Voor toelichting en bronnen zie www.keuzegids.org/methodiek

Alle symbolen (+, - en o) geven aan hoe een opleiding scoort vergeleken met het gemiddelde van alle voltijd-opleidingen in het wo:
- - - = zwakste groep, - - = zwakke groep, - = iets lager dan gemiddeld, o = gemiddeld, + = beter dan gemiddeld, ++ = sterke groep, +++ = sterkste groep
De 'totaalscore' en het 'oordeel' vatten alle cijfers samen. De beste opleidingen herken je aan ++ of +++

Geneeskunde staat bekend als een echte zwoegstudie met veel beroepspraktijk en wat minder aandacht voor onderzoek en kritische reflectie. De studentenenquête bevestigt dit beeld. Wie gaat studeren voor de wetenschappelijke vorming, moet niet bij geneeskunde zijn. Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen. In Rotterdam staat zelfstandig onderzoek leren doen wél prominent op het programma; ook Leiden besteedt hier relatief meer aandacht aan.

Tegenover de magere wetenschapscomponent staat dat de fijne artsenkneepjes je overal prima worden bijgebracht, zoals het praten met patiënten en het lichamelijk onderzoek. Het volle rooster houdt de studenten bovendien goed bij de les. Uitval in het eerste jaar is dan ook vrijwel onbekend in de artsenopleiding, wat ongetwijfeld ook met de selectie aan de poort te maken heeft.

Rotterdam koppelt een hoog onderwijsniveau aan topdocenten en eindigt bovenaan in onze ranglijst. Runners up zijn Utrecht en Leiden. Leidse studenten waarderen het intensieve programma. In Utrecht is de wetenschappelijke vorming een ondergeschoven kindje, maar daar steken het onderwijsprogramma en de toetsen wel goed in elkaar. Bovendien loopt de organisatie eromheen gesmeerd - denk aan de informatievoorziening over roosters en dat soort zaken.

Bij de rest van de opleidingen springen een paar zaken in het oog. Nijmegen heeft het redelijk voor elkaar. Een goede spreiding van de studielast helpt studenten om vlot door de studie te komen, net als tiptop faciliteiten. In Maastricht vinden de studenten het probleemgestuurde onderwijs stimulerend en geschikt om algemene vaardigheden te leren. Maar de studenten plaatsen ook kanttekeningen – bijvoorbeeld bij de deskundigheid van de docenten, die in Maastricht vooral als ‘procesbegeleider’ optreden.

Maastricht en vooral ook de Amsterdamse VU krijgen wel wat kritiek op de praktische organisatie. Het bekendmaken van roosters verloopt niet zo soepel en ook de regels en procedures zijn voor studenten niet altijd duidelijk.

Opvallend is de plotse daling van Groningen in de ranglijst. Vorig jaar hadden de daar nog heel weinig te klagen, maar dit jaar ligt dat anders. De studenten zijn daar nu kritisch over de werkvormen en de begeleiding door docenten, maar ook over de toetsen en de samenhang in het programma. Mogelijk wringt hier het nieuwe curriculum, met coaches in plaats van docenten en ‘leercommunities’ waarbij studenten zelf aan de slag gaan met opdrachten en zelf leerdoelen moeten opstellen, naast het gewone leren voor tentamens. Misschien is dat nog wennen?

Tot slot de UvA. Hoewel deze faculteit in haar voorlichting het wetenschappelijke karakter benadrukt, zijn de studenten juist daarover erg kritisch. Los daarvan doet de UvA het volgens de studenten wel redelijk. De experts van de NVAO hadden twee jaar geleden wel hun bedenkingen: zij vonden dat de UvA de studenten te veel liet zwemmen in het veelal grootschalige onderwijs en dat er door de blokstructuur te weinig samenhang in het programma zat.

De jonge opleiding klinische technologie in Delft kreeg dit jaar voor het eerst een beoordeling van de studenten. Zowel het vaardigheidsonderwijs als de onderzoekscomponent komen goed uit de verf. De deskundigen die de opleiding bij de start moesten goedkeuren, spraken van een goede balans tussen geneeskunde, techniek en ingenieurswetenschappen. Enschede krijgt iets minder waardering. Zo laat de begeleiding door docenten te wensen over.

Is het nieuwigheid? Bij beide opleidingen wordt rommelig gecommuniceerd over praktische zaken als roosters en studievoortgang. En de studielast mag evenwichtiger verspreid worden.

Verwante studies

Ons advies

Overal krijg je een gedegen opleiding tot arts. Zoek je het allerhoogste niveau met een stevige wetenschapscomponent, dan raden studenten Rotterdam aan. Voor wie twijfelt tussen geneeskunde en biomedische techniek is de opleiding tot klinisch technoloog het overwegen waard.

Keuzegids Universiteiten 2016 | www.keuzegids.org