Keuzegids universiteiten 2026 | keuzegids.nl

Lexicon

Accreditatie – Alleen als een opleiding een bepaalde minimale kwaliteit heeft, ontvangt die een accreditatiekeurmerk. In Nederland verzorgt de NVAO alle accreditaties. Zie ook: NVAO.

Bachelor – De eerste drie jaar van je studie vormen de bachelor. Hierna kun je aan het werk gaan, maar de meeste universitaire studenten stromen door naar een master. Zie ook: Master.

Basisbeurs – In studiejaar 2023-2024 is de basisbeurs opnieuw ingevoerd voor alle studenten in het hoger onderwijs. Deze basisbeurs is een tegemoetkoming voor de studiekosten die je maakt. Het geld dat je ontvangt wordt omgezet in een gift als je binnen tien jaar je diploma haalt. Zie ook het artikel ‘Geldzaken’.

Bindend studieadvies (BSA) – Als je te weinig studiepunten haalt in het eerste jaar, heeft de opleiding er te weinig vertrouwen in dat je Je diploma haalt. Je krijgt dan het ‘advies’ om te stoppen met de opleiding. Je bent verplicht dit advies op te volgen. Dit heet ook wel de prestatie-eis.

Decentrale selectie – Opleidingen met een numerus fixus mogen zelf studenten selecteren. Bij deze selectie kijken ze naar je cijfers, maar ook naar je motivatie en of je geschikt bent voor het werkveld waar de studie je voor opleidt.

Deeltijdstudie – Deeltijdstudies zijn vooral bedoeld voor mensen die niet fulltime kunnen studeren, bijvoorbeeld omdat ze een baan hebben. Soms duren ze op papier even lang als een voltijdstudie, maar dan moet je er erg veel tijd in steken. In de realiteit studeer je ongeveer 20 uur per week en doe je dus langer over je studie.

DUO – Bij de Dienst Uitvoering Onderwijs geef je aan welke studie je gaat doen. Ook al je financiële zaken, zoals een (aanvullende) beurs of lening, regel je hier.

ECTS – Punten die je krijgt voor afgeronde tentamens en opdrachten. Per studiejaar kun je 60 ECTS (of studiepunten) halen. ECTS is een afkorting voor European Credit Transfer System. Een punt staat gelijk aan 28 studieuren.

Honoursprogramma – Steeds vaker bieden universiteiten een aanvullend programma voor excellente studenten aan. De studenten worden meestal geselecteerd op motivatie en cijfers.

Joint degree – Gezamenlijk diploma van een opleiding die wordt verzorgd door twee of meer samenwerkende onderwijsinstellingen.

Joint programme – Studieprogramma dat wordt verzorgd door twee of meer samenwerkende onderwijsinstellingen. 

Majors en minors – Major is een moderne term voor hoofdvak. Vaak is een major waar de studie om draait: de hoofdrichting binnen je eigen bacheloropleiding. Een minor is een vakkenpakket waarmee je je kennis verdiept binnen of verbreedt buiten je vakgebied. Sommige minoren zijn een vaststaand vakkenpakket, en bij sommige minoren zijn er veel keuzevakken. Meestal neemt een minor één semester van je bachelor in beslag.

Master – Studiefase na de bachelor. De meeste masters duren één jaar. Masters in de exacte vakken, educatieve masters, duale masters en onderzoeksmasters duren vaak anderhalf of twee jaar (en in enkele gevallen zelfs drie jaar). Matching – Zie: Studiekeuzecheck.

Numerus fixus – Ook wel studentenstop: het maximumaantal toe te laten studenten voor een bepaalde opleiding. Dit geldt bijvoorbeeld voor psychologie en tandheelkunde. Zie ook: Decentrale selectie.

NVAO – De Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie beoordeelt alle opleidingen in het hoger onderwijs. Als de NVAO vindt dat een opleiding van voldoende niveau is, dan wordt de opleiding geaccrediteerd. In de Keuzegids nemen we alleen opleidingen op die dit keurmerk hebben.

Propedeuse – Het eerste jaar van een wo- of hbo-opleiding heet de propedeuse. Bij de meeste universiteiten krijg je na het behalen van alle punten uit het eerste jaar (60 ECTS) een propedeusediploma uitgereikt.

Specialisatie – Specifieke inhoudelijke richting die je kunt kiezen binnen de opleiding. De termen specialisatie, track, afstudeerrichting en uitstroomprofiel worden soms door elkaar gebruikt, maar betekenen in de praktijk hetzelfde.

Studiekeuzecheck – Veel universiteiten verplichten nieuwe studenten om mee te doen aan een studiekeuzecheck, ook wel matching genoemd. Vaak wordt er gekeken naar je motivatie en soms moet je op gesprek komen of een toets maken. Op basis hiervan beoordeelt de opleiding of de studie bij jou past en krijg je een advies. Dit advies is niet bindend: ook bij een negatief advies mag je aan de opleiding beginnen. Pas op: als je je na 1 mei inschrijft of niet meedoet aan de studiekeuzecheck heeft de instelling wél het recht om je te weigeren.

Keuzegids universiteiten 2026 | keuzegids.nl